Ik was niet op zoek naar een Meester, een Guru. Ik geloof niet dat ik er ooit een had ontmoet. Ik had wel gehoord over de Dalai Lama, de Bagwan, Sai Baba. En natuurlijk ook verhalen over de Boeddha en Jezus. Maar ik was niet op zoek.

Eigenlijk vond ik het wat overdreven, die aanbidding van een ander. Het ging toch om het vinden van míjn innerlijke weg, over mijn eigen Meesterschap?
Daar had ik toch niet iemand anders bij nodig?

Op een dag viel er een boek van het kopieer apparaat. En het adres dat openviel bleek de enige lokatie waar mijn afstudeerstage verzoek werd geaccepteerd. Zo kwam ik in Dharamsala, bij Tibetan Delek Hospital, in Noord India.

Vast besloten om Boeddhist te worden, zoals de ziekenhuis directeur direct aannam?
Welnee. Ik kwam toch voor mijn studie?!  Ik was mijn eigen Guru.

pastedGraphic.png4 weken later echter, was ik verkocht. Ik stortte me met hart en ziel aan de voeten van de Guru, die ik direct bij aankomst in Dharamsala had ontmoet. De herkenning, ‘connectie’, verbinding, hoe je het ook wilt noemen, was voor mij evident. Na 4 weken puzzelen was ik er uit: Deze ontmoeting was de enige werkelijke reden voor mijn komst naar India.  

Al had ik dat van te voren niet geweten.

Ik besloot een ‘crash course boeddhisme’ te volgen en me volledig onder te dompelen in deze cultuur. Ik mediteerde, zong mantra’s, strekte me duizenden malen uit op de vloer, en was intens gelukkig. Mijn Guru had mij gevonden.

pastedGraphic.pngIk schreef alle synchroniciteit, bescherming en begeleiding toe aan de Guru. Hij had overal voor gezorgd. Toen ik maanden later, terug in Nederland in gedachten een smeekbede richtte aan hem voor hulp.
Diende zich per direct  een ‘nieuwe’ leraar aan.

Nu had ik twee Guru’s.  Eén in India, en één in de wereld (en regelmatig in Nederland).

En zo kon ik mij blijven ontwikkelen, lessen krijgen, inzichten verwerven en ‘op weg’ zijn naar Verlichting.

Zoals Shanti Mayi zegt: “van de 100 mensen die verlichting willen, bereikt slechts 1% zijn doel zonder ‘outer guru’. 90% van deze groep denkt echter die 1% te zijn.”

Er was een tijd dat ik dacht dat ik tot die ene procent behoorde.
In India werd ik echter gegrepen door het Guru virus, en het liet me niet meer los.

Hoewel dit verhaal begint met een pelgrimstocht en vreugde dansjes, en vervolgens het ‘gevonden worden’ door een Guru misschien wat zaligmakend begint te klinken, volgt nu de bijsluiter.

Je gevonden weten door een Guru is het begin van een aftakelingsproces dat zijn weerga niet kent. Een echte Guru heeft slechts één doel, en dat is jou ontdoen van werkelijk iedere illusie die je nog koestert. Net zo lang, tot je  ‘dat wat is’  kunt zien, als de ware Guru, de ‘Inner Guru’. Dan heb je de ‘Outer Guru’ niet meer nodig.

Je bent vrij.

Maar toen ik mijn Guru ontmoette en me aan zijn voeten wierp, wist ik dit nog niet.
Ik was op zoek naar troost, inspiratie, vervulling, ‘purpose’.

Er moest toch een ‘doel’ zijn weggelegd voor mij in het leven?

Ik wilde graag zelfstandig en vrij zijn, onafhankelijk. Een krachtig en zelfverzekerd individu die haar eigen boontjes dopte.
Waarom was ik dan nu ineens zo ‘verliefd’, vol overgave aan een ander?

Ik voelde me gezien, begrepen, gewaardeerd.
Ik werd omringd door nieuwe vrienden met gelijke aspiraties.
Ik was aan de dood ontsnapt, en vond hierin een nieuw leven.

Een écht, vervuld leven, met een hoger doel, waar de hele wereld beter van zou worden.

Kortom, er was richting gekomen in mijn leven, en een ideaal.

Iets om naar te streven en iets om te doen.

Niet alleen als toekomstig Arts gespecialiseerd in Gezondheid, maar ook als Mens.

Nog onbewust van de ‘bijsluiter’ dacht ik dat met de juiste hoeveelheid meditatie per dag, yoga per dag, mantra’s per dag vanzelf eeuwige rust zou neerdalen in mijn roerige geest. Problemen zouden verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Al mijn relaties en vriendschappen zouden harmonieus en liefdevol zijn.

En ik zou mijn ambities als specialist gezondheid in korte tijd volledig gaan waarmaken.

En toen liep het nét éven ánders…..

In het centrum van het Buddhisme, Bodhgaya, zo’n beetje aan de voet van de Bodhi boom waar de Buddha ooit tot Verlichting kwam, zag ik ineens heel helder hoe ik omging met mezelf.

Niks Verlichting. Niks innerlijke harmonie. Integendeel.

Pijnlijk duidelijk werd het voor me hoe mijn gedachten een haast continue stroom van negatieve informatie over mij uitstrooiden.
Hoe ik mezelf de hele dag beoordeelde, afwees, bekritiseerde. Hoe onaardig ik was tegen mezelf, en daarmee vaak ook tegen anderen. Tranen met tuiten heb ik gehuild die dag. Hoe had ik al die tijd zo naar kunnen zijn tegen mezelf, mezelf zo kunnen ondermijnen? Hoe had ik in het contact met anderen zo afstandelijk kunnen zijn?

En zou ik ooit die gewoonte kunnen doorbreken?

(wordt vervolgd…)

pastedGraphic.png